Korte geschiedenis
De geschiedenis van Haïti begint lang voor de kolonisatie, toen het eiland werd bewoond door de Taíno‑volkeren. In 1492 arriveerde Columbus en werd het gebied onderdeel van het Spaanse rijk. Later namen de Fransen het westelijke deel over en maakten het tot een winstgevende kolonie, Saint‑Domingue. De economie draaide op de arbeid van tot slaaf gemaakten, die onder extreem zware omstandigheden werkten op suikerriet‑ en koffieplantages.
Veerkracht en vastberadenheid
In de twintigste en eenentwintigste eeuw kende Haïti periodes van dictatuur, buitenlandse interventies en natuurrampen, waaronder de verwoestende aardbeving van 2010. Ondanks deze uitdagingen blijft Haïti een land met een sterke culturele identiteit en een geschiedenis die wereldwijd wordt erkend als symbool van vrijheid en verzet. De Haïtiaanse bevolking toont steeds opnieuw veerkracht en vastberadenheid om een betere toekomst op te bouwen, ondanks voortdurende politieke en economische moeilijkheden.
